Zuivelboeren met hart voor de natuur

De trotse zuivelboeren van Schiermonnikoog hebben hart voor de natuur. Door hun veestapel met ruim éénderde te verkleinen, creëren ze meer balans tussen het boeren en de natuur. Want met minder koeien verlaagt de stikstofuitstoot en krijgt de natuur vleugels. De diversiteit aan planten en dieren groeit, passend bij het eilander landschap. En zo worden de polders van Schiermonnikoog nóg meer een paradijs voor weidevogels.

Door zelf kaas te gaan maken en verkopen halen boeren meer waarde uit hun melk halen. Zo kunnen de trotse zuivelboeren van Schiermonnikoog met minder vee tóch boer blijven.

De aanleiding van deze grote verandering op Schiermonnikoog is de landelijke opdracht om de stikstofuitstoot in Nederland te verlagen. De trotse zuivelboeren hebben deze opdracht ter harte genomen en hier hun eigen draai aan gegeven.

Wat is biodiversiteit?
De Dikke van Dale zegt letterlijk: bio·di·ver·si·teit (de; v; meervoud: biodiversiteiten)1verscheidenheid aan plant- en diersoorten

Biodiversiteit betekent een keur aan planten, bloemen, vogels en een gezonde bodem die gezamenlijk zorgen voor de ideale leefomstandigheden voor mens en dier op Schiermonnikoog.

Waarom kiezen de boeren niet voor biologische landbouw?
Om te ‘boeren’ op een eiland heb je met unieke, uitdagende omstandigheden te maken. De voornaamste reden voor de keuze voor biodivers in plaats van biologisch is de toenemende ganzendruk op het eiland. Schiermonnikoog is een ganzen-foerageergebied, waardoor de polders vanaf het najaar tot diep in het voorjaar vol ganzen zitten. Deze vogels zijn dol op het jonge grasland in de Banckspolder en doen zich daar tegoed aan het gras wat de boeren eigenlijk zaaien voor voer voor het vee.

Hierdoor ontstaat er een tekort aan ruwvoer voor de koeien. Dit voer halen de boeren dan noodgedwongen bij collega-boeren op de vaste wal. Biologisch ruwvoer is uiterst schaars. Dit beperkt de mogelijkheid om volledig biologisch te worden en daarom kiezen de boeren in deze situatie, op dit moment, voor biodivers boeren.

Wat is stikstof?
Stikstof (N2) is een kleur- en reukloos gas dat zich overal om ons heen bevindt. Maar liefst 78% van alle lucht om ons heen bestaat uit stikstof. Stikstof is zelf niet schadelijk voor mens en milieu, maar er zijn andere vormen van stikstof in de lucht die dat wel zijn. Dit zijn stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3). Stikstofoxiden (NOx) komen vooral in de lucht door uitlaatgassen van het verkeer en de uitstoot van industrie. Te veel stikstofoxiden in de lucht is schadelijk voor de gezondheid, vooral van mensen met longklachten.

Ammoniak komt met name van dieren in de veeteelt en uit bijvoorbeeld de industrie, de bouw en het verkeer. Boeren gebruiken mest van dieren en kunstmest om hun land te bemesten. Een deel van die mest verdampt als ammoniak en komt in de lucht. In de buitenlucht is de ammoniakconcentratie bijna nooit zo hoog dat het schadelijk is voor mensen. Maar planten en de bodem nemen deze ammoniak op en worden er rijker door. Zeldzame planten die het juist goed doen op voedselarme grond verdwijnen daardoor. Zo verdringen de brandnetels bijvoorbeeld de orchideeën. Daarmee verdwijnen ook dieren die van die zeldzame planten leven. We zeggen dan dat de biodiversiteit (het aantal verschillende soorten planten en dieren) slechter wordt.

Wat is stikstofdepositie?

De schadelijke vormen van stikstof in de lucht komen uiteindelijk op de grond terecht. Dit heet stikstofdepositie. De stoffen kunnen met neerslag mee de bodem in raken; dit heet natte depositie. Maar ook kunnen planten of de bodem direct stikstof uit de lucht opnemen; dit heet droge depositie. 

Wat zijn reststromen?

Mensen en bedrijven maken afval. Het gedeelte van de afvalstroom dat overblijft als alle bruikbare en recyclebare onderdelen eruit gehaald zijn, heet reststromen. Binnen de landbouw kunnen reststromen ingezet worden om de import van grondstoffen te beperken en op andere manieren de grond te verrijken.